Paragrafen

Lokale heffingen

Belastingen

OZB

De belangrijkste eigen inkomstenbron van de gemeente wordt gevormd door de onroerende zaakbelastingen (OZB). De OZB worden geheven op onroerende zaken die binnen de gemeente zijn gelegen. Het gaat om een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantoren en bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen.
Uitgangspunt is dat de OZB-opbrengsten jaarlijks worden verhoogd met de inflatie (CPI van juni) en geschatte groei. De opbrengsten minus geschatte groei worden vervolgens omgeslagen naar de totale waarde (exclusief areaaluitbreiding) van het onroerend goed in de gemeente (herwaardering). Net als voorgaande jaren heeft er geen indexatie plaatsgevonden over gebruikers van niet-woningen. Dit aangezien de gebruikers van voormalig Langedijk bij de harmonisatie een forse tariefsverhoging hebben gehad.
Naast bovenstaande uitgangspunten zijn de OZB-opbrengsten verhoogd met een indexatie van 12,5%. Dit geldt zowel voor eigenaren van woningen en niet-woningen als gebruikers van niet-woningen.
De berekening van de tarieven (percentages) voor 2025 volgt zodra de heffingsgrondslag definitief berekend is. De definitieve groei op basis van de areaaluitbreiding wordt pas medio oktober 2025 bekend.

Parkeervergunning openbare weg

De opbrengsten uit het betaald parkeerterrein Coolplein en in de parkeergarage Stadsplein, die tot en met 2024 op taakveld 0.63 Parkeerbelasting werden geboekt, zijn vanaf 2025 opgenomen onder 2.2 Parkeren.
De opbrengsten die hier vanaf 2025 staan, zijn de opbrengsten van het betaald parkeren op de openbare parkeerterreinen (o.a. in het Stationskwartier en aan de Stationsweg). De tarieven worden geheven op basis van de Parkeergeldverordening.

Toeristenbelasting

Voor overnachtingen in hotels, pensions of andere vakantieonderkomens binnen de gemeente Dijk en Waard wordt van niet-ingezetenen toeristenbelasting geheven. De belasting wordt geheven van degene die de gelegenheid tot overnachting biedt (de hotelier, pensionhouder, e.d.). Deze laatste mag de belasting doorberekenen aan degene die overnacht.
Deze belasting wordt geheven over het aantal overnachtingen en bij seizoenplaatsen over het aantal plaatsen per maand.  

Forensenbelasting

Forensenbelasting wordt geheven over degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning bewoont of verblijft zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben.

Heffingen

Afvalstoffenheffing

Het product “afval en grondstoffen” kent een eigen financieringsgrondslag, te weten de afvalstoffenheffing. Deze staat los van de CPI die door de gemeente jaarlijks wordt toegepast op verschillende leges en tarieven. De tarieven van de afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn. Hierdoor kunnen ze jaarlijks omhoog of omlaag gaan, afhankelijk van de ontwikkeling in de kosten en opbrengsten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval.
Per 1 januari 2024 is de inzamelfrequentie van het aan huis opgehaalde restafval verlaagd naar 1x per vier weken. Met als doel om inwoners bewuster te maken van het beter scheiden van hun restafval, waardoor minder grondstoffen met het echte restafval worden verbrand.
Op basis van de eerste helft van het jaar is inderdaad een daling te zien in het aangeboden restafval. Met deze daling is rekening gehouden bij het bepalen van de afvalstoffenheffing voor 2025, waardoor de verwerkingskosten voor het restafval lager zijn begroot dan in 2024.
De afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen en verwerken van het huisvuil volgens de Wet Milieubeheer. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt beïnvloed door meerdere factoren. Het gaat hierbij op hoofdlijnen om de inzet van personeel en materieel, verwerkingstarieven van afvalstromen en de toerekening van overhead en compensabele BTW. Daarnaast speelt de omvang van het aantal huishoudens waarover de totale kosten worden verdeeld mee.
Voor de toerekening van de kosten zijn de huishoudens verdeeld in twee heffingscategorieën; eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Bij de berekening van het tarief wordt uitgegaan van vaste kosten en variabele kosten.
Vaste kosten bevat in hoofdzaak de kosten voor de inzameling (personeel en materieel), kwijtschelding en overhead (€ 7.072.000). Variabele kosten bevat het saldo van de verwerkingskosten en opbrengsten van het afval en de grondstoffen (€ 3.259.000).
De opbrengsten bestaan uit vergoedingen van de afvalstromen, zoals PMD (Plastic, Metaal en Drankkartons), metalen, afgedankte elektrische of elektronische apparaten, oud papier en karton, glas.
Het vaste deel, wordt over het totaal aantal objecten (huishoudens) gelijk verdeeld, ongeacht de heffingscategorieën. Het variabele deel, wordt op basis van een verdeelsleutel (1:2) toegerekend aan de twee heffingscategorieën. Meerpersoonshuishoudens betalen dus 2 keer zoveel verwerkingskosten.
Afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, waarbij het uitgangspunt 100% kostendekkendheid is.

Taakveld 7.3 Afval

x € 1.000

Netto kosten

Kosten inzameling inclusief toegerekende rente

€ 9.552

Inkomsten, exclusief heffingen

€ -1.518

Totaal netto kosten

€ 8.034

Toe te rekenen kosten

Overhead inclusief toegerekende rente

€ 1.291

BTW

€ 1.006

Totaal toe te rekenen kosten

€ 2.297

Totaal kosten

€ 10.331

Opbrengsten afvalstoffenheffing

€ 10.331

Dekkingspercentage

100%

Rioolheffing

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer van het afval- en regenwater en het verwerken van overtollig grondwater. De heffing hiervoor mag maximaal kostendekkend zijn en alleen die kosten bevatten die in de wet genoemd zijn.
De rioolheffing wordt geheven bij de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen met betrekking tot de kostendekkendheid van de rioolheffing:

Taakveld 7.2 Riolering

x € 1.000

Netto kosten

Kosten riolering inclusief toegerekende rente

€ 11.767

Inkomsten, exclusief heffingen

€ -323

Totaal netto kosten

€ 11.444

Toe te rekenen kosten

Overhead inclusief toegerekende rente

€ 846

BTW

€ 1.482

Totaal toe te rekenen kosten

€ 2.328

Totaal kosten

€ 13.771

Opbrengsten rioolheffing

€ 13.771

Dekkingspercentage

100%

Lijkbezorgingsrechten

Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingsrechten is volledige kostendekking op alle tarieven die betrekking hebben op:

  • de uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud);
  • het begraven; en
  • de algemene kosten voor het in stand houden van de gemeentelijke begraafplaatsen.
  •  

De aanvrager betaalt lijkbezorgingsrechten om alle kosten te dekken die hij direct veroorzaakt. De gemeente betaalt de kosten die betrekking hebben op het deel van de begraafplaats dat nog niet in gebruik is.
De kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten 2025 is als volgt berekend:

Taakveld 7.5 Begraafplaatsen

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 623

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 623

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ 180

BTW

Totaal toe te rekenen kosten

€ 180

Totaal kosten

€ 802

Begrote opbrengsten

€ 422

Dekkingspercentage

53%

Marktgelden

De marktgelden zijn van kracht voor de maandagmarkt op het Raadhuisplein en de jaarmarkt (Centrumwaard - Middenweg). Voor het innemen van een standplaats op één van deze markten worden onder de naam 'marktgelden' tarieven in rekening gebracht (rechten geheven). De tarieven worden jaarlijks verhoogd met de CPI van juni (3,2%). Deze verhoging zorgt er nog niet voor dat de tarieven kostendekkend zijn. Het behouden van de maatschappelijke en sociale functie van de markt is de reden om geen 100% kostendekkende tarieven te hebben.
De weekmarkt bij winkelcentrum Broekerveiling is een verzelfstandigde markt en ondergebracht in een stichting. Bij deze stichting liggen de lasten en daar vallen ook de baten. De gemeente heft hier geen marktgelden. De stichting betaalt voor het gebruik van de openbare ruimte een jaarlijkse vergoeding.

Taakveld 3.3 Marktgelden

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 28

Inkomsten, excl. heffingen

€ -

Totaal netto kosten

€ 28

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ 5

BTW

€ 3

Totaal toe te rekenen kosten

€ 8

Totaal kosten

€ 36

Begrote opbrengsten

€ 30

Dekkingspercentage

83%

Liggeld vaartuigen

Vanwege het uitgangspunt dat de haven Broekhorn 100%  kostendekkend moet zijn wordt de kostendekkendheid voor recreatiehaven Broekhorn en de haven in Broek op Langedijk apart weergegeven.

Recreatiehaven Broekhorn Heerhugowaard

De Stichting Recreatiehaven Broekhorn beheert en exploiteert namens de gemeente de Recreatiehaven Broekhorn en de hierbij liggende camperplaatsen (zie onder kopje Camper-gelden). De kosten voor de stichting worden gedekt door de tarieven. De tarieven zijn geïndexeerd conform de uitgangspunten.

Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 47

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 47

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ -

BTW

€ 8

Totaal toe te rekenen kosten

€ 8

Totaal kosten

€ 55

Begrote opbrengsten

€ 55

Dekkingspercentage

100%

Haven Broek op Langedijk

De gemeente is verantwoordelijk voor de haven en de sluis in Broek op Langedijk. De haven heeft zones waar passanten kunnen aanleggen. Het tarief is per strekkende meter. In de winterperiode kunnen de plekken gebruikt worden voor winteropslag. Vanwege investeringen in de ICT-infrastructuur is het tarief naast de indexering, conform de uitgangspunten, iets verhoogd.
In onderstaande tabel is de kostendekkendheid voor de haven in Broek op Langedijk opgenomen.
De haven van Broek op Langedijk is niet kostendekkend. Na het realiseren van het project Havenplein wordt gekeken naar een geleidelijke verhoging van de tarieven om deze haven in de toekomst (meer) kostendekkend te krijgen.

Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 42

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 42

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ -

BTW

€ 3

Totaal toe te rekenen kosten

€ 3

Totaal kosten

€ 45

Begrote opbrengsten

€ 5

Dekkingspercentage

12%

Campergelden

Campergelden wordt alleen geheven in Recreatiehaven Broekhorn en dit wordt uitgevoerd door de Stichting Recreatiehaven (net zoals de liggelden vaartuigen Broekhorn). De kosten voor de stichting worden gedekt door de tarieven.

Taakveld 2.3 Campergelden

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 14

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 14

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ -

BTW

€ 2

Totaal toe te rekenen kosten

€ 2

Totaal kosten

€ 16

Begrote opbrengsten

€ 16

Dekkingspercentage

100%

Sluisgelden

De sluis is de enige vaarverbinding tussen het binnen- en buitenwater in Langedijk. Vaartuigen die de sluis passeren moeten sluisgeld betalen. De opbrengsten zijn een bijdrage in de kosten, ze zijn niet kostendekkend.

Taakveld 2.3 Sluisgeld

x € 1.000

Netto kosten

Kosten

€ 75

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 75

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

BTW

€ 15

Totaal toe te rekenen kosten

€ 15

Totaal kosten

€ 90

Begrote opbrengsten

€ 8

Dekkingspercentage

9%

Leges

Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. De leges mogen per hoofdstuk maximaal kostendekkend zijn. Over de leges heeft een indexatie plaatsgevonden van 3,05%, behalve voor van overheidswege gemaximeerde tarieven. Dit is gebaseerd op de ontwikkeling van de overhead en loonkosten. De mogelijke cao-ontwikkeling voor 2025 is hierin niet meegenomen. Hieronder vindt u een overzicht met betrekking tot de kostendekkendheid van de leges in 2025.
Hoofdstuk 1 = Algemene dienstverlening, bijvoorbeeld uitgifte van rijbewijzen, uittreksels, en inkomsten voor de ondergrondse infrastructuur en gehandicaptenkaarten.
Hoofdstuk 2 = Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, bijvoorbeeld het verlenen van vergunning voor het bouwen van woningen.
Hoofdstuk 3 = Europese dienstenrichtlijn, onderdeel hiervan is bijvoorbeeld vergunningen in het kader van horeca en evenementen.
Bij de behandeling van de legesverordening 2025 in december van dit jaar zal ingegaan worden op de kostendekkendheid per paragraaf. Na het beëindigen van het boekjaar 2025 zal er via de jaarrekening 2025 de werkelijke kostendekkendheid worden weergegeven.

Hoofdstuk 1

Deze paragraaf komt uit op 81% kostendekkendheid. Volledige kostendekkendheid is niet mogelijk aangezien veel tarieven van overheidswege gemaximeerd zijn.

Hoofdstuk 2

Deze paragraaf is  kostendekkend. De bouwleges zijn € 340.000 lager ten opzichte van de begroting 2024. Deze bijstelling is het gevolg van de afname van vergunningsaanvragen. Ook landelijk zien we een daling in het aantal aanvragen, terwijl er een toename is in het aantal meldingen. Een stijging van het aantal meldingen is ongunstig, omdat hier geen legesinkomsten tegenover mogen staan. Het patroon van minder aanvragen en meer meldingen is een direct gevolg van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) per 1 januari 2024.

Hoofdstuk 3

Het percentage kostendekkendheid van hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn van de legesverordening is 100%.

Leges

x € 1.000

Legesverordening

Titel 1

Titel 2

Titel 3

Netto kosten

Kosten

€ 1.533

€ 1.281

€ 37

Inkomsten, excl. heffingen

Totaal netto kosten

€ 1.533

€ 1.281

€ 37

Toe te rekenen kosten

Overhead incl. toegerekende rente

€ 752

€ 926

€ 29

BTW

Totaal toe te rekenen kosten

€ 752

€ 926

€ 29

Totaal kosten

€ 2.286

€ 2.207

€ 66

Begrote opbrengsten

€ 1.851

€ 2.207

€ 66

Dekkingspercentage

81%

100%

100%

Deze pagina is gebouwd op 11/20/2024 10:43:38 met de export van 11/20/2024 10:40:45