Financiële positie

Prognose meerjarenbalans

Bedragen x € 1.000

Raming

Raming

Raming

Raming

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

Vaste activa

Immateriële vaste activa

4.284

4.084

3.916

3.762

Materiële vaste activa

224.985

271.166

310.294

317.843

Financiële vaste activa

4.952

4.635

4.300

3.946

Totaal vaste activa

234.221

279.885

318.510

325.551

Vlottende Activa

Voorraden

14.233

19.714

13.829

11.757

Uitzettingen met een rentetypische-looptijd korter dan één jaar

51.750

51.750

51.750

51.750

Liquide middelen

1.522

1.522

1.522

1.522

Overlopende activa

7.102

7.102

7.102

7.102

Totaal vlottende activa

74.607

80.088

74.203

72.131

Totaal activa

308.828

359.973

392.713

397.682

Vaste passiva

Eigen vermogen

109.996

102.328

101.040

100.149

Voorzieningen

64.698

56.066

53.990

60.660

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

70.966

138.411

174.515

173.705

Totaal vaste passiva

245.660

296.805

329.545

334.514

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

16.729

16.729

16.729

16.729

Overlopende passiva

46.439

46.439

46.439

46.439

Totaal vlottende passiva

63.168

63.168

63.168

63.168

Totaal passiva

308.828

359.973

392.713

397.682

Uit de meerjarenbalans kan worden afgelezen dat Dijk en Waard de komende jaren behoorlijk gaat investeren in met name materiële vaste activa (zie meerjarige ontwikkelingen op regel Materiële vaste activa). Naast de gebruikelijke (vervangings)investeringen uit het Meerjareninvesteringsschema wordt dit onder meer veroorzaakt door geplande investeringen in het Stationskwartier, onderwijshuisvesting en de ontwikkeling van het project Kanaalpark. Slechts een klein gedeelte van deze investeringen kan worden gefinancierd door de verkoop van voorraden grond (zie saldi-afname op regel Voorraden).
Daarnaast kan ook worden geconstateerd dat de saldi van het eigen vermogen en de voorzieningen (die beiden naast een bestedingsfunctie ook een financieringsfunctie hebben) de komende jaren gaan teruglopen (zie het meerjarig geschatte verloop op de regels Eigen vermogen en Voorzieningen). Het eigen vermogen wordt gevormd door de totaalsom van alle gemeentelijke reserves.
In het geval van deze reserves wordt dit veroorzaakt door het feit dat zij worden ingezet om bepaalde lasten in de exploitatie te dekken en dat de Algemene Reserve wordt gebruikt om het negatieve begrotingsresultaat voor 2025 te dekken. Bij de voorzieningen worden de grootste mutaties veroorzaakt door de kosten van gepland groot onderhoud, die ten laste van de onderhoudsvoorzieningen worden afgeboekt.
Per saldo betekent dit dat er in de komende jaren meer een beroep zal moeten worden gedaan op externe financiering om al deze mutaties te kunnen uitvoeren (zie meerjarige ontwikkeling op regel Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer). De toename van de geprognosticeerde externe financieringsbehoefte kan als volgt inzichtelijk worden gemaakt:


Hierbij past wel de nadrukkelijke opmerking dat de werkelijke ontwikkelingen slechts een indicatie geven en de komende jaren anders kunnen zijn dan de verwachtingen die in de prognose van de meerjarenbalans zijn opgenomen. Zo kunnen bijvoorbeeld daadwerkelijke investeringen en groot onderhoudswerken afwijken van de planning (lees: vertraging oplopen in de uitvoering). Dit zal gevolgen hebben voor de werkelijke financieringsbehoefte.

Deze pagina is gebouwd op 11/20/2024 10:43:38 met de export van 11/20/2024 10:40:45